Last Update: 2012-04-05
Subject: Legal and Notarial
Usage Frequency: 1
Quality:
d) eiwitgehalte: de massaverhouding van de delen melkeiwit tot 100 delen van de betrokken melk berekend door het totale stikstofgehalte van de melk, uitgedrukt als massapercentage, te vermenigvuldigen met 6,38.
d) «teneur en matière protéique»: le rapport en masse des parties protéiques du lait sur 100 parties du lait concerné, obtenu en multipliant par 6,38 la teneur totale en azote du lait exprimée en pourcentage en masse.
Last Update: 2008-03-04
Subject: Legal and Notarial
Usage Frequency: 1
Quality:
Reference: Anonymous
%quot%(8) Als het melkeiwitgehalte (stikstofgehalte x 6,38) in de vetvrije melkdrogestof van een onder deze code vallend product lager is dan 34%, wordt geen restitutie verleend. Als voor de onder deze code vallende producten in poedervorm het vochtgehalte hoger is dan 5 gewichtspercenten wordt geen restitutie verleend.%quot%.
"(8) Si la teneur en protéines lactiques (teneur en azote x 6,38) dans la matière sèche lactique non grasse d'un produit relevant de cette position est inférieure à 34%, aucune restitution n'est octroyée. Si, pour les produits en poudre relevant de cette position, la teneur en eau sur poids est supérieure à 5%, aucune restitution n'est octroyée."
Last Update: 2008-03-04
Subject: Legal and Notarial
Usage Frequency: 1
Quality:
Reference: Anonymous Warning: Contains invisible HTML formatting
9. zij moet, wat koemelk betreft, een vriespunt hebben lager of gelijk aan 0,520 oC en een gewicht hebben van ten minste 1 028 gram per liter voor volle melk bij 20 oC, of het equivalent daarvan per liter voor volledig ontvette melk bij 20 oC, en ten minste 28 gram eiwit per liter bevatten verkregen door het totale stikstofgehalte van de melk, uitgedrukt in percenten, te vermenigvuldigen met 6,38, alsmede een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 8,50% hebben.
9) en ce qui concerne le lait de vache, avoir un point de congélation inférieur ou égal à -0,52 oC et un poids supérieur ou égal à 1 028 grammes par litre constaté sur du lait entier à 20 oC ou l'équivalent par litre constaté sur du lait totalement dégraissé à 20 oC et contenir un minimum de 28 grammes de matières protéiques par litre obtenues en multipliant par 6,38 la teneur en azote totale du lait exprimé en pourcentage et avoir un taux de matière sèche dégraissée supérieur ou égal à 8,50%.
Last Update: 2008-03-04
Subject: Legal and Notarial
Usage Frequency: 1
Quality:
Reference: Anonymous
Overeenkomstig de in bijlage III van Verordening (EEG) nr. 3034/80 opgenomen definities betreffende het zetmeel/glucosegehalte en het saccharose/invertsuiker/isoglucosegehalte en voor de toepassing van de bijlagen II en III van genoemde verordening, wordt van de volgende formules, procedures en methoden gebruik gemaakt: 1. Gehalte aan zetmeel/glucose(uitgedrukt als watervrij 100% zetmeel berekend op de goederen in oorspronkelijke toestand)a) (Z F) × 0,9wanneer het glucosegehalte hoger is dan of gelijk is aan het fructosegehalte,b)(Z G) × 0,9wanneer het glucosegehalte lager is dan het fructosegehalte,waarin:Z = glucosegehalte bepaald met de methode opgenomen in bijlage I bij deze verordening; F=fructosegehalte bepaald door HPLC (hogedruk-vloeistofchromatografie) G=glucosegehalte bepaald door HPLC.Indien bij de toepassing van punt 1, onder a), de aanwezigheid van een lactosehydrolysaat is aangegeven en/of bepaalde hoeveelheden lactose en galactose worden aangetoond, wordt, voordat enige andere berekening wordt uitgevoerd, een glucosegehalte (bepaald door HPLC), dat overeenkomt met het galactosegehalte (bepaald door HPLC), op het totale glucosegehalte (Z) in mindering gebracht. 2.Gehalte aan saccharose/invertsuiker/isoglucose(uitgedrukt als saccharose, op de goederen in ongewijzigde staat)a)S + (2F) × 0,95wanneer het glucosegehalte hoger is dan of gelijk is aan het fructosegehalte,b)S + (G + F) × 0,95wanneer het glucosegehalte lager is dan het fructosegehalte,waarin:S=saccharosegehalte bepaald door HPLC F=fructosegehalte bepaald door HPLC G=glucosegehalte bepaald door HPLC.Indien de aanwezigheid van een lactosehydrolysaat is aangegeven en/of hoeveelheden lactose en galactose worden aangetoond, wordt, voordat enige andere berekening wordt uitgevoerd, een glucosegehalte, dat overeenkomt met het galactosegehalte (bepaald door HPLC), op het glucosegehalte (G) in mindering gebracht. 3. Gehalte aan melkveta) Behoudens het bepaalde onder b), wordt het melkvetgehalte, uitgedrukt in gewichtspercenten, van het produkt in ongewijzigde staat bepaald door extractie met petroleumether na hydrolyse met chloorwaterstofzuur.b)Wanneer in de samenstelling van het produkt andere vetstoffen naast melkvet zijn aangegeven, is de hierna volgende procedure van toepassing: -Het totale vetgehalte uitgedrukt in gewichtspercenten, van het produkt in ongewijzigde staat wordt bepaald overeenkomstig de onder a) omschreven procedure. -Het boterzuurgehalte, in gewichtspercenten, van het totale vetgehalte wordt bepaald volgens IUPAC-methode nr. 2310 (referentie: Pure and applied chemistry nr. 58, nr. 10, blz. 1419 t/m 1428, van 1986). -Het melkvetgehalte, in gewichtspercenten, van het produkt in ongewijzigde staat wordt berekend door het boterzuurgehalte in gewichtspercenten van het totale vetgehalte te vermenigvuldigen met een factor 27, de aldus verkregen waarde te vermenigvuldigen met het gehalte in gewichtspercenten aan de totale vetstof van het produkt in ongewijzigde staat en de uitkomst te delen door 100. 4.Gehalte aan melkproteïnena)Behoudens het bepaalde onder b), wordt het gehalte aan melkproteïnen van het produkt in ongewijzigde staat berekend door het stikstofgehalte (bepaald volgens de Kjeldahl-methode) met een factor 6,38 te vermenigvuldigen.b)Wanneer in de samenstelling van het produkt bestanddelen zijn aangegeven die naast melkproteïnen andere proteïnen bevatten: -wordt het gehalte aan stikstof bepaald volgens de Kjeldahl-methode; -wordt het gehalte aan melkproteïnen berekend volgens de onder a) omschreven methode, door op het totale gehalte aan stikstof het stikstofgehalte van de proteïnen, andere dan die van melk, in mindering te brengen.
Conformément aux définitions reprises dans l'annexe III du règlement (CEE) n° 3034/80 relatives à la teneur en amidon/glucose et à la teneur en saccharose/sucre interverti/isoglucose et pour l'application des annexes II et III dudit règlement, les formules, procédures et méthodes suivantes sont utilisées: 1) Teneur en amidon/glucose(exprimée en amidon 100% à l'état sec, sur la marchandise en l'état)a) (Z F) × 0,9,quand la teneur en glucose est supérieure ou égale à celle du fructose, oub)(Z G) × 0,9,quand la teneur en glucose est inférieure à celle du fructoseoù:Z = teneur en glucose déterminée par la méthode décrite dans l'annexe I du présent règlement; F=teneur en fructose déterminée per HPLC (chromatographie en phase liquide haute précision); G=teneur en glucose déterminée par HPLC.Dans le cas du point 1 sous a), lorsque la présence d'un hydrolysat de lactose est déclarée et/ou des quantités de lactose et de galactose sont mises en évidence, une teneur en glucose (déterminée par HPLC), équivalente à celle du galactose (déterminée par HPLC) est déduite de la teneur totale en glucose (Z) avant que tout autre calcul ne soit effectué. 2)Teneur en saccharose/sucre interverti/isoglucose(exprimée en saccharose, sur la marchandise en l'état)a)S + (2F) × 0,95,quand la teneur en glucose est supérieure ou égale à celle du fructose;b)S + (G + F) × 0,95,quand la teneur en glucose est inférieure à celle du fructoseoù:S=teneur en saccharose déterminée par HPLC; F=teneur en fructose déterminée par HPLC; G=teneur en glucose déterminée par HPLC.Lorsque la présence d'un hydrolysat de lactose est déclarée et/ou des quantités de lactose et de galactose sont mises en évidence, une teneur en glucose équivalente à celle du galactose (déterminée par HPLC) est déduite de la teneur en glucose (G) avant que tout autre calcul ne soit effectué. 3) Teneur en matières grasses du laita) Sous réserve des dispositions reprises ci-après sous b), la teneur en poids en matière grasse du lait de la marchandise en l'état est déterminée par l'extraction à l'éther de pétrole après hydrolyse à l'acide chlorydrique.b)Lorsque, dans la composition de la marchandise, des matières grasses autres que celles du lait sont également déclarées, la procédure suivante est appliquée: -la teneur en poids en% en matière grasse (totale) de la marchandise en l'état est déterminée comme mentionné ci-avant sous a), -la teneur en poids en% en acide butyrique de la matière grasse totale est obtenue par la méthode IUPAC n° 2310 (référence: Pure and applied Chemistry n° 58, n° 10, p. 1419-1428, de 1986), -la teneur en poids en% en matières grasses du lait de la marchandise en l'état est calculée en multipliant la teneur en% en acide butyrique de la matière grasse totale par le facteur 27, la valeur ainsi obtenue par la teneur en% en matière grasse totale de la marchandise en l'état, et en divisant le résultat par 100. 4)Teneur en protéine du laita)Sous réserve des dispositions reprises sous b) ci-après, la teneur en protéines du lait de la marchandise en l'état est calculée en multipliant la teneur en azote (déterminée par la méthode Kjeldahl) par le facteur 6,38.b)Lorsque, dans la composition de la marchandise, des composants contenant des protéines autres que les protéines du lait sont également déclarés:-la teneur en azote totale (en pourcentage en poids) est déterminée par la méthode Kjeldahl,-la teneur en protéines du lait est calculée comme sous a) ci-avant en soustrayant de la teneur en azote totale en pourcentage en poids) la teneur en azote correspondant aux protéines autres que celles du lait.
Last Update: 2008-03-04
Subject: Legal and Notarial
Usage Frequency: 1
Quality:
Reference: Anonymous